| |
 |
|
03-05-2005 |
|
Koken met Celie
Na alle onderhandelingen en
recepties in toprestaurants vindt ex-premier Jean-Luc Dehaene
de keuken van zijn vrouw Celie nog steeds de beste.
Al moet ze niet overdrijven met de rodekool, zoals blijkt uit ,,Koken
met Celie'', nu in de boekhandel.
,,Als
eerste minister moest hij vaak op restaurant. Achteraf wist hij
niet meer wat hij had gegeten''
Sinds een paar jaar heeft Jean-Luc Dehaene zich ontpopt tot een volwaardige
tuinadept, met specialisatie groenten en klein fruit. Toen hij en
Celie in 1992 een huis bouwden in Koningslo bij Vilvoorde, mocht
zij beslissen hoe het huis eruit zou zien. Maar van de tuin moest
ze afblijven. ,,Want Jean-Luc wilde boeren'', zegt Celie.
,,Ik had nooit verwacht dat hij dat ook daadwerkelijk zou kunnen.
Het was niks voor hem. Maar nu, zoveel jaar later, moet iedereen
toegeven dat hij de slag beet heeft.''
Celie: ,,Omdat we behoorlijk traditionele mensen zijn, houden we
de seizoenen in ere. Alles op zijn tijd, is het motto.'' ,,Dat is
waar: in het wildseizoen eten we wild, aan zee vis, en groenten volgens
het seizoen. We kopen ook liever de plaatselijke producten als die
rijp zijn. In Amerika verkopen ze Belgian endives from Holland .
Daar krijgt Jean-Luc het van. Witloof is Belgisch, zegt hij, maar
we maken daar niet genoeg reclame voor. Heeft met trots te maken,
wellicht.''
,,Ik probeer de seizoenen te volgen als ik kook. Hutsepot en zuurkool
zijn voor de winter. Je moet dan geen aardbeien eten. We hebben trouwens
in de tuin nogal wat fruit staan. Aalbessen, aardbeien, frambozen.
Rode en witte. De kleinkinderen zijn gek op die witte frambozen.
In de winkel vind je die niet gauw, ze zijn heel duur.''
Celie: ,,Wij zijn eigenlijk heel gewone mensen die graag gewone
doordeweekse Vlaamse kost eten.'' ,,Als Jean-Luc hier één
keer in de week eet, laat hij mij kiezen wat ik maak. Wij eten
gewone kost,
ook al omdat hij niet wil dat ik constant in de keuken sta. Toen
hij eerste minister was, had hij in de Lambermont een kok in dienst
genomen die heel gewone kost voor hem kookte. Hij moest natuurlijk
dikwijls op restaurant. Maar als ik hem dan vroeg wat hij had gegeten,
wist hij het niet. Dat interesseerde hem niet zo. Hij was daar
voor z'n werk, eten was bijzaak.''
,,Jean-Luc is een alleseter. Maar maïs (,,Voor de kiekens'',
zegt hij) en rodekool moet hij écht niet.''
Jean-Luc: ,,Tijdens mijn bezoeken aan het Witte Huis ben ik nooit
verrast. De maaltijden waren zeker niet slecht. Maar wat je op het
bord kreeg, benaderde nooit wat je topkeuken noemt.'' ,,Als ik zie
hoe ze in Amerika koken! Zover gaat het hier ook nog komen. Ik heb
ginder alle moeite van de wereld om in een warenhuis te kopen, want
ik vind niet wat ik zoek. Ik ben zelf in de VS geboren. Mijn moeder
was een goede kokkin en mijn zussen ook. Nu is alles voorverpakt.
Er wordt eigenlijk niet meer gekookt.''
Jean-Luc: ,,Ik ben een meester-barbecuer. Ik amuseer me daar geweldig
mee. Iets wat je heel graag doet, doe je dikwijls ook goed.'' ,,Hij
zegt dat de barbecue is uitgevonden om hem te doen werken. Wij hebben
een Oklahoma Joe. Die werkt zonder houtskool. Brandend hout verwarmt
een tunnel waarin je het vlees of de vis braadt. Jean-Luc doet dat
echt graag, ook vis of vlees in papillotte. Ik zeg dan hoeveel minuten
het op de barbecue mag. Ik doe al het voorbereidende werk, hij bakt.''
Celie: ,,Tot ontzetting van de hele familie bemoeit Jean-Luc zich
op vakantie in Sardinië ook met de menu's.'' ,,Daar doet hij
boodschappen, hier nooit. Hij zoekt daar dan een menuutje uit,
vooral met koude schotels en dingen van de barbecue. Ze hebben
daar ontzettend
lekkere dingen. Gamba's bijvoorbeeld, goed gemarineerd en op de
barbecue. Ik moet wel altijd proeven of ze gaar zijn. Maar dat
is alles wat
ik mag doen. Hij maakt er zelfs de vis schoon. Ik mag dan achteraf
de keuken opruimen, waar hij een onwaarschijnlijk slagveld van
heeft gemaakt.''
Jean-Luc: ,,Als ik alleen thuis ben, gebeuren er in de keuken meestal
ongelukken.'' ,,Het is geen geheim: Jean-Luc kan niet koken. Het
enige dat hij zelf klaarmaakt, is koude aardappelen met mayonaise.
Maar ik moet die aardappel dan wel gekookt hebben, want hij weet
niet hoe lang dat moet.''
,,Ik hou hem ook liever uit de keuken. Hij is daar levensgevaarlijk.
Hij is er eens in geslaagd de frietketel aan te laten staan onder
een draaiende dampkap. Of hij laat de diepvriezer open staan, zodat
ik alles moet weggooien.''
,,Eén keer heeft hij eens een stokbrood afgebakken in de
oven. Hij liet het een hele dag in de draaiende oven staan. Hij
was het
vergeten, zei hij.'' (ape, frp)
Koken met Celie, Standaard Uitgeverij,
207 blz.
vpb
|