 |
|
29-07-2006 |
|
'Ik ben een politicus uit de vorige eeuw'
Jean-Luc Dehaene is een man van actie. Alleen maar gepraat is niets voor hem. Hij wil doordouwen en realiseren, empathisch leiding geven en zichzelf blijven. Tegendraads, niet bang om iemand op zijn plaats te zetten of zoals hij het zelf zegt 'in de rozen te duwen'. Voor een man van weinig woorden en geen commentaren is hij rad van tong.
Door Kris Kuppens
Een terras in Zeebrugge. De geur van verse mosselen en licht verbrande lijven. Op de aan- en afrijdende vrachtwagens in de haven na is er geen activiteit. Alles is rustig. Tot Jean-Luc Dehaene op het toneel verschijnt. Commotie aan de andere tafeltjes. De man zelf trekt er zich weinig van aan. Wild zwaait hij naar zijn kleinkinderen op het strand, draait zich vervolgens met zijn rug naar de zee, bestelt met een even groot gebaar een pint en laat zijn stem de rest doen. Iedereen op het terras luistert mee, willen of niet.
"Verwacht mij hier niet in zwembroek. Die primeur hou ik voor het buitenland. Dan willen ze met mij op de foto als bewijsmateriaal voor het thuisfront. Waarom ook niet? Het spel meespelen is de enige manier om er geen last van te hebben. In Zeebrugge laten ze me meestal met rust. Het is niet bekend als badplaats, met als grote voordeel dat ik hier zelden iemand uit de politiek tegen het lijf loop. Ik ben hier op mijn gemak, bijna op mijn eentje. In de winter dan toch."
Heeft de West-Vlaming in u nog een band met de polders en knotwilgen? Of heeft het Brabants trekpaard het overgenomen?
"Als Bruggeling een trekpaard genoemd worden: il faut le faire. (bulderlach) Ik woon sinds 1965 in Brabant en daar blijf ik ook. Mijn roots zijn alleen zichtbaar in mijn passie voor het voetbal. Dat mensen mij nog altijd identificeren met Brugge heeft daar alles mee te maken. Zelf wist ik al vroeg dat die stad te klein voor mij was. Te provinciaal. Te eng. Ik hou er niet van als mensen op mijn vingers kijken."
U bent op uw twaalfde weggetrokken. Nog wel naar Aalst, op internaat bij de jezuïeten. Het bleek uw eigen keuze te zijn. Niet velen doen het u na.
"Simpel. Het was dat of buiten vliegen. Ik had het te bont gemaakt. Ik kon dus maar beter anticiperen en zelf de benen nemen. Ik heb het me nooit beklaagd. Het saamhorigheidsgevoel was sterk. Later in mijn carrière heb ik beseft dat ik dat nodig heb: een groep. Zonder kan ik niet functioneren."
U vindt uzelf een teamspeler. Zo komt u in eerste instantie niet over.
"Ik stel vast dat ik altijd vanuit een team gewerkt heb. Of het nu in de scouts was of in de regering, of zoals nu in de gemeenteraad. Een sterk team wordt een hechte ploeg als het goed geleid wordt. Ik kan dat. Empathie is het sleutelwoord. Je moet weten wat de anderen willen door naar hen te luisteren. Daarop inspelen en het proberen te gebruiken. Door die goede contacten straal ik vertrouwen uit. Toen ik eerste minister was, stapten sommige ministers uit andere partijen veeleer op mij af dan op hun eigen leider. Ze voelden dat ik voor de groep werkte. Als ik mijn woord geef dan blijf ik daarbij. Door de doelstellingen van anderen te kennen, heb ik veel kunnen realiseren. Over de partijgrenzen heen.
"Hoe goed je team ook is, soms sta je er als eindverantwoordelijke alleen voor. Net zoals in de Tour de France: de knechten bereiden de overwinning voor, maar de kopman moet het kunnen afmaken. Als je wint, beschouwen ze het als hun eigen succes. Als je verliest, weten ze dat je ze zult indekken."
Hebt u ooit een inzinking zoals Floyd Landis gekend?
"Zwarte Zondag was een enorme klap. Automatisch vraag je je af of wat je doet nog zin heeft. Ik wou stoppen met politiek. Twee maanden heeft die depressieve periode geduurd. Tot men mij vroeg formateur te zijn. Dan ben ik er weer vollen bak voor gegaan."
Een politieke carrière is voor u nooit een ambitie geweest.
"Integendeel. Ik heb nooit geweten wat ik wou doen. Ik heb ook nooit moeten kiezen. Telkens kreeg ik op het juiste moment iets aangeboden. Ik ben een gelukskind. Na mijn humaniora vroeg men mij bondscommissaris van de scouts te worden. Daarna kreeg ik een interessant voorstel van het ACW en uiteindelijk ben ik op het kabinet verzeild geraakt. Ik ben minister geworden omdat degene die het eigenlijk moest worden niet mocht van zijn dokter."
Er moet u toch iets drijven om verder te doen.
"Sociaal engagement. Ik had evengoed een vakbondscarrière kunnen uitbouwen. Als ik het voor mensen maar beter kan maken. Dat is mijn enige ambitie. En toevallig is die politiek ingekleurd. Voor hetzelfde geld had ik voor een socialistische partij kunnen opkomen. Qua engagement blijft dat hetzelfde. Alleen behoor ik tot de verzuilde generatie. Een strekking werd toen nog met de moedermelk meegegeven. Van de katholieke jeugdbeweging naar de christelijke arbeidersvereniging en op naar de christelijke partij. De logica zelve. Toen toch. Voor de huidige generatie ligt het anders. De tijd dat iemand scheef bekeken werd omdat hij voor een andere partij opkwam dan het gros van zijn familieleden is gelukkig voorbij. Drama's waren het vroeger. Verraad ten opzichte van de familie."
Ondertussen komt ook uw jongste dochter op bij de volgende gemeenteraadsverkiezingen. Zowel dochter als zoon bij CD&V. Hebt u het zo gewild?
"Ik heb ze nooit gepusht. Ik denk dat het een omgekeerd effect gehad zou hebben. Zeker bij de jongste. Ze heeft het karakter van haar vader. Tegendraads. Eenmaal geëngageerd, om het even voor welke partij, krijgen ze mijn volle steun."
Ziet u verschillen tussen de wereld waarin uw kinderen opkomen en die van uw tijd?
"Ik ben een politicus uit de vorige eeuw. Ondertussen is er veel veranderd en niet altijd ten goede. De maatschappij valt uiteen. Mensen leven niet meer met maar naast elkaar. Op gemeentelijk vlak voel je dat sterk. Vroeger was er sociale controle. Een aantal dingen was 'not done'. Dat je je gras niet op zondag maaide, dat je hond zijn manieren hield, dat was vanzelfsprekend. Tegenwoordig kijken de mensen alleen naar zichzelf, als hun eigen putteke maar niet stinkt. En de politiek maar wetten maken. Mensen vragen erom. Ze kunnen blijkbaar niet meer samenleven zonder regeltjes. (klopt op tafel) Maar waarom is er in godsnaam een wet nodig om te beseffen dat een hond zijn vuiligheid niet op straat mag doen?
"1968 was een keerpunt voor de emancipatie van het individu. Daarvoor had je een sterk gelaagde, bevoogdende maatschappij. Functies, los van de persoon, boezemden gezag in. De dokter, de pastoor, de bakker. Mensen waren georganiseerd. Denk aan de konings- of de schoolkwestie. Als bewegingen zich mobiliseerden dan was er sprake van een nationale mobilisatie. In 1968 heeft men gevochten voor meer inspraak, voor zelfrealisatie, tegen de opgelegde gedragsmodules. Die emancipatie was goed, maar geleidelijk aan is het overgeheld naar individualisme. Het zich terugtrekken in zijn eigen cocon. In de illusie levend dat een persoon zich kan realiseren zonder gemeenschap. Dat is nefast en klopt niet. Je hebt altijd een gemeenschap en in ieder geval een buur nodig."
De toenemende individualisering treft ook de politiek.
"Deze evolutie ligt ten grondslag aan het politieke, emotionele gezap van verkiezing tot verkiezing. Stemgedrag is totaal onvoorspelbaar geworden. Mensen maken hun keuze op basis van de laatste veertien dagen. Het werk van de maanden ervoor telt niet. Een kloof tussen burger en politici? Die is er niet. Mensen hebben alleen een fout verwachtingspatroon. Ze denken dat een politicus er enkel voor hun eigen kleine individu is. Ze vergeten dat politiek een samenleving moet organiseren, los van alle eigen belangen. We moeten er allemaal, als gemeenschap, beter van worden. Ook de politiek zelf heeft die vertekening in de hand gewerkt. Denk aan alle vergroeiingen van het dienstbetoon. Politici lieten mensen geloven dat met een lange arm alles mogelijk was."
U bent dan misschien wel een politicus uit de vorige eeuw, maar u bent ook nog altijd burgemeester. Het individualisme moet ook u raken.
"Als mijn vrouw en ik door Vilvoorde rijden en ze wijst me op zwerfvuil langs de weg dan word ik kwaad. De burger neemt zijn verantwoordelijkheid niet. Altijd de mond vol van rechten, maar de plichten worden snel vergeten. Het is vechten om opnieuw die sociale dimensie in de maatschappij tot leven te wekken. Onze maatschappij heeft het nodig. Misschien ligt daarin wel mijn christelijke overtuiging.
"Het is in het belang van de politiek en de maatschappij dat een politicus uitkomt voor zijn mening. Dat hij niet iedereen gelijk probeert te geven. Dat hij zelf niet in de val van dat individualisme trapt. Keuzes maken, waar men voor of tegen kan zijn, maar waar men achter blijft staan. Niet kiezen voor de populariteit op korte termijn. Uiteindelijk zullen de mensen jouw inzet waarderen."
Toch bent u er ook niet altijd in geslaagd om bij uw keuzes te blijven. U was tegen kernwapens, maar mede door u zijn ze er toch gekomen.
"Ik heb me er tot de laatste minuut tegen verzet. Als ik had doorgedouwd, was de regering gevallen. Voor die keuze stond ik. Ik heb een compromis moeten sluiten. Het was een van de moeilijkste momenten in mijn carrière. Maar als je je daar niet overheen kunt zetten moet je niet aan politiek doen."
Onlangs is er een toneelstuk over Martens uitgekomen. Daarin wordt u enerzijds voorgesteld als een brutale rebel, maar anderzijds ook als iemand die snel met de wind meedraait. Herkenbaar?
"Een toneelstuk is een toneelstuk. Het is fictie en ik bekijk het ook als zodanig. Ik voelde me niet persoonlijk aangesproken. Zo zit ik niet ineen."
Het lijkt alsof niets u kan raken.
"(denkt lang na) Ik word alleen geraakt als men het hard en vuil op de man speelt. Veel heb ik dat niet meegemaakt. Al de rest hoort bij het spel. Ik heb ooit een lunch gegeven voor alle politieke karikaturisten. Dat hadden ze nog niet meegemaakt. Alle karikaturen die over mij zijn verschenen heb ik bijgehouden. Een mooie collectie.
"Ik heb veel bewondering voor mensen die, zonder grond, in de greep van justitie raken en toch het hoofd niet buigen. Als je bekend bent, word je zonder verdediging naar de slachtbank geleid. De manier waarop Elio Di Rupo gereageerd heeft op die beschuldigingen van pedofilie: chapeau. Ik zou het niet willen meemaken. Maar voor de rest? De Belgische pers is netjes."
U hebt een op zijn minst aparte manier om met de media om te gaan. Vorig jaar konden de lezers van Het Laatste Nieuws u nog bewonderen in zwembroek op een strand op Sardinië. Heel de familie wordt erbij betrokken. Gooit u zo uw privacy niet te grabbel?
"De Amerikaanse roots van mijn echtgenote spelen daar een rol in. Toen ik eerste minister was, heeft zij bewust 'first lady' gespeeld. Ze deed dat goed. Haar optredens hebben me zeker geen windeieren gelegd.
"Ik heb nooit de media geschuwd. Je moet je als politicus durven te tonen als mens. Voor mijn eerste campagne in 1971 liet ik mijn kinderen T-shirts aandoen met als opschrift 'stem voor mijn pappa'. Ik had direct de aandacht die ik wou. Ik heb het altijd open gespeeld. En zolang je je eigen grenzen bewaakt, is er geen probleem. De dood van twee kleinkinderen hebben we bijvoorbeeld niet gecommuniceerd. Dat zou een stap te ver geweest zijn."
U lijkt beheerst om te gaan met de aandacht. U gebruikt de media doelbewust.
"Absoluut. Maar ook daarin ben ik een gelukskind. Ik was minister voor ik op een lijst stond. Het gaf me het voordeel van bekendheid zonder dat ik alle feestjes moest afschuimen. Ik kon mijn eigen gangetje gaan. Mijn medekandidaten hebben het moeilijker gehad. Mij kende men, men vroeg zelfs handtekeningen, en zij moesten het met foldertjes van deur tot deur stellen. Het is het probleem van de politicus. Hij moet bekend raken. En daarvoor heeft hij andere kwaliteiten nodig dan degene die hij moet hebben om goed aan politiek te doen. Het is een van de moeilijkheden in een democratie: de burger kiest vaak op basis van gronden, zoals populariteit, die niets te maken hebben met politieke capaciteiten. De voorkeurstemmen boven de partijstemmen stellen, zoals vandaag gebeurt, is nefast voor een politicus. Het wordt een individuele jungle, waar een reukje van politieke 'prostitutie' aan hangt. Populariteit boven inhoud is gevaarlijk."
En dat uit de mond van iemand die nog altijd bijzonder populair is en nog niet zo lang geleden heel wat voorkeurstemmen achter zijn naam kon scharen.
"Met dat verschil dat ik me nooit geprostitueerd heb. Er is een tijd geweest dat men in de partij tegen mij zei: 'Je bent capabel. Doe je werk achter de schermen goed, maar kom vooral niet naar buiten. Je zou de mensen afschrikken.' (weer die bulderlach) Ik was het ermee eens. Vooral omdat ik geen zin had om te doen wat je moet doen om goed over te komen. Eens minister heb ik maar één ding gedaan om publiciteit te krijgen. Volgens mij het enige juiste: je moet versterken wie je bent. Ik ben een echte voetballiefhebber. Veel mensen zijn dat, dus is de identificatie groot. Hetzelfde met tuinieren. Al lachend zeg ik wel eens dat ik ook nog op de duiven zou moeten spelen. Maar dan zou ik mezelf niet trouw blijven.
"Een paar keer hebben ze geprobeerd me mediatraining te geven. Tevergeefs. Ik heb ongeveer alles gedaan wat in de mediaboekskes als 'not done' beschouwd wordt. Het resultaat is dat specialisten nu zeggen: 'Verander vooral Dehaene niet. Het is een handelsmerk dat je niet kunt verbeteren.' Ik heb geprobeerd mezelf te blijven, in alle omstandigheden. En het is me gelukt. Daardoor kan ik me nu veel permitteren."
Heeft de smaak van macht u op geen enkele manier aangetast?
"Afstand nemen is een van mijn grootste kwaliteiten. Het is noodzakelijk om niet ten onder te gaan aan populariteit of macht. Ik heb me nooit geïdentificeerd met een functie. Voor mij geen buigingskes of aanspreektitels. Thuis of op de voetbal ben ik Jean-Luc gebleven. Mensen voelen dat. Je moet jezelf niet al te serieus nemen.
"Eigenlijk komt er wat schizofrenie aan te pas. Je hebt verschillende rollen en je moet duidelijk weten in welke rol je op een bepaald moment zit. Ik ervaar het als een spel. Politiek is schaken. De kunst is het spelelement te allen tijde levendig te houden. Zo kan een politiek probleem nooit het jouwe worden. Geen identificatie met een functie, maar ook niet met een probleem. Ik heb er in elk geval nooit van wakker gelegen. Heel veel mensen kunnen het niet. Ze maken van een politiek probleem een persoonlijk issue en ze gaan ten onder aan stress. Of wanneer ze hun carrière stopzetten, vallen ze in een zwart gat. Alsof het leven geen zin meer heeft. Dat is niet aan mij besteed."
Over twee weken wordt u 66. Ik kan me inbeelden dat de leeftijd zich laat voelen.
"Ik ben uit stevig hout gesneden. Ook al zou een dieet mij niet misstaan, mijn gezondheid is perfect. Ik ga elk jaar gedisciplineerd naar de dokter voor een check-up, maar daar houdt het op. Ik voel me goed in mijn vel. Ik heb het grote voordeel dat ik weinig slaap nodig heb. Deze morgen stond ik al om 6.30 uur in mijn groentetuin en voor 1uur lig ik er niet in. In de periode van de nachtelijke onderhandelingen had ik aan twee uur slaap genoeg."
Met pensioen gaan is blijkbaar niet aan de orde.
"Ik mag niet van mijn vrouw. Er zijn twee soorten huwelijken: zij die altijd bij elkaar zijn en zij die dat nooit zijn. Wij hebben een huwelijk van de laatste soort. Als een van de twee thuisblijft, beginnen de problemen. Mijn vrouw heeft me dus, terecht, altijd aangespoord om actief te blijven. Trouwens, ik was de eerste om te roepen dat we met zijn allen langer moesten werken om de sociale zekerheid veilig te stellen. Dan moet je consequent zijn."
U zit in tal van raden van bestuur, in het Europees Parlement en u bent burgemeester van Vilvoorde. Wilt u alles blijven combineren of hebt u een voorkeur?
"Ik moet eerlijk toegeven dat ik me verveel in het Europees Parlement. Ik ben er voor de partij naartoe gegaan; niet voor mezelf. Ik heb in het hart van de Europese besluitvorming gezeten als eerste minister, mee over de grondwet beslist en ervoor gezorgd dat België tot de Unie toetrad. Ik heb mijn tijd gehad. Ik heb geen zin meer om te investeren in technische dossiers. Met als gevolg dat ik weinig grip op de zaak heb. Dat ligt mij niet. Ik wil actie en resultaat zien. Enkel door mijn gezag en ervaring luistert men daar naar mij en kan ik me nog nuttig maken. Ik blijf er zetelen voor de partij, maar op termijn zou ik het willen afbouwen.
"Mijn eerste prioriteit is het burgemeesterschap. Dat is concreet. Je ziet waaraan je gewerkt hebt. Je kunt iets realiseren, doordouwen, actie ondernemen. Ik beleef er plezier aan. Als de kiezer het toelaat, zou ik er in oktober zes jaar bij willen doen. Aan een leefbare stad werken, vergt tijd en ik hoop dat ik die krijg. Als me die gegeven wordt, bouw ik stilaan de rest af. Je kunt niet eeuwig bestuurslid of parlementariër blijven. Er komen anderen in jouw plaats en zo hoort het.
"Maar als het anders uitdraait, zal ik er geen traan voor laten. Dan zal ik mijn geweer van schouder veranderen en iets anders doen. Net zoals ik in 1999 zonder veel moeite afscheid genomen heb van de regering. Het is altijd een van mijn sterke punten geweest. Als ik weg ben, ben ik weg en speel ik geen schoonmoeder meer. Mijn werk in de regering zit erop? Salut dan. Ik kijk niet meer achterom. Ik heb me sindsdien niet meer beziggehouden met federaal werk. Ik hanteer één algemene regel: als ze mij iets willen vragen, moeten ze bellen. Zelf bel ik niet.
"Het zijn andere tijden, dus anderen moeten het doen. Ik laat ze. Hopelijk weten de jonge ministers van vandaag wat ze op hun veertigste echt willen. Op die leeftijd zal een carrière in de politiek voor de meesten voorbij zijn. In het huidige mediacircus, met die fameuze opendebatcultuur, kan men niet lang standhouden."
De opendebatcultuur is niets voor u?
"Bespaar me daarvan. De kiezer vraagt het ook niet, al dat bekvechten. Uiteindelijk maakt het compromissen onmogelijk. Als je van in het begin voor de camera's een sterke stelling inneemt, kun je achteraf alleen door de mand vallen. Je moet je eigen ideeën soms kunnen en durven bijsturen. Spreek elkaar zoveel tegen als je wilt, maar doe het achter de schermen. En kom als een team naar buiten. Profilering en emoties horen niet thuis in de politiek. Als je je daardoor laat leiden, ben je slecht bezig.
"(stilte) Ik ben een kind van mijn eigen tijd. Een politicus uit de vorige eeuw. Ik kan overleven omdat er een stevige basis is gelegd. Ik ben fier op wat ik gerealiseerd heb. Als ik zou herbeginnen zou ik hetzelfde doen. Maar als ik vandaag mijn eerste stappen in de politiek zou moeten zetten? Ik zou aarzelen."
Uw voorgangers, Tindemans en Martens, schreven hun memoires. Is het uw beurt?
"Ik ben mij aan het organiseren: documenten zoeken, schema's maken. Ik geef mezelf tot mijn zeventigste de tijd. Ik wil een persoonlijk verhaal schrijven over hoe ik mensen en situaties aangevoeld en ervaren heb. Hoe zeer ik het mijn recht vond om mijn keuken af te schermen, zo zeer vind ik dat men achteraf het recept mag kennen."
De Morgen, pagina , 3265 woorden
© Uitgeverij De Morgen NV |