Bureau Europees Parlement

Europees Parlement

ASP 8F356

Wiertzstraat 60

1047 Brussel

Tel: 02 284 58 67

jean-luc.dehaene@europarl.europa.eu

In het Europees Parlement wordt Jean-Luc Dehaene bijgestaan door Marie-Claire Robijns en Tine Meyfroodt.



Christopher Isham, Chief of CBS News' Washington Bureau, has an active Twitter

 
 
     
 

 
 

 

Voorstelling terug

Jean-Luc Dehaene in Europa (1992-2005)

Ik heb in Europa boeiende tijden meegemaakt. Toen ik Eerste Minister werd in maart '92, was het Verdrag van Maastricht juist goedgekeurd. De regeringsverklaring van mijn eerste regering stond dan ook vanzelfsprekend in het teken van de afbouw van de schuldenberg en het bereiken van de normen van Maastricht. Onze ambitie was België klaar te maken voor de Muntunie.  

Op mijn eerste Europese Raad in Lissabon in juni '92 werden we al onmiddellijk geconfronteerd met een ‘accident de parcours’: de Denen hadden zojuist in een referendum ‘neen’ gezegd aan het verdrag van Maastricht. Voor het eerst werden we geconfronteerd met een nieuw fenomeen: niettegenstaande alle ‘levende krachten’ voor een ‘Ja’ hadden gepleit stemde het volk toch ‘Nee’. Het ironische was dat tijdens deze Europese Raad de finale van het Europese landenkampioenschap voetbal werd gespeeld: Denemarken tegen Duitsland, de Denen wonnen….

  Gelukkig waren er nog leiders in Europa. Onder impuls van Kohl werd gekozen voor de vlucht voorwaarts. Men zou onmiddellijk onderhandelingen beginnen met het oog op de toetreding van de andere Scandinavische landen in de hoop de schrik voor het isolement de Denen van gedacht zou doen veranderen. Maar Delors was niet enthousiast over die zet. Hij vond (toen al) dat men eerst moet verdiepen en
pas dan uitbreiden. Tezelfdertijd werd gezocht naar enkele aanpassingen die de Deense Regering zou toelaten naar een tweede referendum te gaan. Eén van de wegen was het verduidelijken van het subsidiariteitsprincipe. Hierover hield het Britse Voorzitterschap in het voorjaar van '93 een bijzondere top in Birmingham.  

Heel belangrijk was de Europese Raad van Edinburg in juni '93. Daar werd het zogenaamde 'tweede pakket Delors' goedgekeurd. Vandaag heet dat ‘financiële perspectieven’. Er kwam een akkoord dankzij de vrijgevigheid van Duitsland om de Structuur- en Cohesiefondsen op te trekken. Vooral Filipe Gonzalez (Spanje) was een taaie onderhandelaar. Het is ook op die vergadering dat ik met Mitterand een akkoord heb bereikt over de zetel van de Europese Instellingen waarin de positie van Brussel als hoofdstad van de Unie definitief werd bezegeld.

De Raad van Kopenhagen in juni '94 legde de basis voor de uitbreiding van de Unie naar Centraal-Europa waardoor in feite de weg open lag voor een definitieve en institutionele hereniging van Europa. De landen van Centraal-Europa kregen een perspectief op lidmaatschap mits zij aan een aantal politieke en sociaal-economische criteria beantwoordden. Een historisch moment. Toen werd echter al in de besluiten van de Raad de noodzaak van interne hervormingen binnen de unie, ter voorbereiding van de uitbreiding en dus voorafgaand aan, onderlijnd.
Tijdens het Belgische Voorzitterschap in de tweede helft van '94 werd het Verdrag van Maastricht definitief van kracht nadat de laatste lidstaat, met name Groot-Brittannië, het had geratificeerd. Dit werd plechtig bezegeld op een speciale Europese Raad in Brussel waarop de zetel van de Europese Centrale Bank (ECB) in Frankfurt werd gevestigd en de Belg Lamfalussy werd benoemd als voorzitter van het instituut dat de voorloper van de ECB was. Dit was een groot succes, temeer omdat ook de zetel van alle andere agentschappen werd vastgelegd.

 

Tijdens de tweede Europese Raad onder Belgisch voorzitterschap was er een diner met Jeltsin: een primeur. Ook werd het Witboek van commissievoorzitter Delors voor het economische herstel in Europa goedgekeurd. Het Belgische voorzitterschap kreeg heel veel lof.
Mede als gevolg van dit succes schoven Kohl en Mitterand mijn naam naar voor als opvolger van Jacques Delors, zonder dat ik hierom gevraagd had. Spoedig bleek dit op verzet te stuiten in Groot-Brittannië. Ik was immers een Europese federalist wat in Groot-Brittannië zo goed als een scheldwoord is. Uiteindelijk stelde John Major zijn veto tijdens de Europese Raad van Korfoe.
Maar niet getreurd. Dit incident gaf mij een naam in Europa en populariteit in België.

Op de Raad van Korfoe werd toch nog goed werk geleverd aangezien de toetredingsverdragen met Zweden, Finland en Oostenrijk er werden getekend. Noorwegen tekende ook maar het verdrag werd later bij referendum verworpen.
Onder Duits voorzitterschap werd in juli '95 uiteindelijk Jacques Santer benoemd als opvolger van Jacques Delors. Het hoogtepunt van het Duitse voorzitterschap was echter ongetwijfeld de eerste gemeenschappelijke vergadering tijdens de Top van Essen met de regeringsleiders van de kandidaat-landen uit Centraal-Europa. Een ontroerend moment.
Het daaropvolgend Frans voorzitterschap werd gekenmerkt door het afscheid van Mitterand na de verkiezing van Jacques Chirac. Ik heb vooral onthouden dat op het kennismakingsdiner met Chirac op het Elysee de Franse president geen wijn maar bier dronk en dan nog geen Frans maar Mexicaans bier….
Onder Spaans voorzitterschap in voorjaar '96 hadden we een informele reflectietop in Formentor als verre aanloop naar de intergouvernementele conferentie die zou uitmonden in het Verdrag van Amsterdam.
Op de Europese Raad van Madrid keurden we de Euro-biljetten goed. Het weerhouden ontwerp bleek van Belgische makelij.
Het daaropvolgende Italiaans voorzitterschap gaf het definitieve startschot voor de intergouvernementele conferentie. Dit moet het koninginnestuk worden van het Nederlandse voorzitterschap. Tijdens de intergouvernementele conferentie speelde de Benelux
 
een zeer actieve rol. Er werd onder meer een Benelux memorandum gepubliceerd dat heel wat weerklank kreeg. De omstandigheden zaten echter tegen. De aanpak was van meet af aan verkeerd. In de voorbereidende werkgroep, de zogenaamde groep XX, werd uitgegaan van een inventaris van de wensen van de verschillende lidstaten en niet van een te bereiken objectief. Dergelijke aanpak kan slechts eindigen met de kleinst gemeenschappelijke deler. Daarenboven werd Tony Blair eerste minister in de aanloop van de top van Amsterdam. Als nieuweling, op de vingers gekeken door de eurosceptici, had hij weinig bewegingsruimte. Er werd in mei '97 een informele kennismakingstop georganiseerd.
Maar ondertussen had Chirac zwaar gegokt met het uitschrijven van verkiezingen. Hij verloor en in Amsterdam begon een nieuwe ‘cohabitation’, wat altijd verlammend is voor Europa omdat de twee antagonisten elkaar neutraliseren. Tenslotte bleek op de top ook Kohl danig verzwakt. Hij stond onder druk van de Länder waar de socialisten een meerderheid hadden. Het resultaat bleef dus ver onder de verwachtingen. Iedereen was zich ervan bewust dat met het oog op de uitbreiding diepgaandere hervormingen nodig waren.
  Er werd een nieuwe IGC aangekondigd.
Onder Luxemburgs voorzitterschap werd in de tweede helft van '97 het definitieve startschot gegeven voor de uitbreidingsonderhandelingen. Nog een historisch moment.
Toen klopte ook Turkije aan de deur. Hierop werd niet ingegaan. Er werd een soort overlegorgaan gecreëerd waar de Turken wel lid van waren. Het werd
bijeengeroepen in Londen door de Britten. Bij mijn weten was dat een eenmalige gebeurtenis. Het was duidelijk een doekje voor het bloeden.
Begin '99 was een spannend moment. Zou België slagen in zijn examen voor de EMU? De spanning werd mede in de hand gewerkt door het feit dat we ogenschijnlijk in een gelijkaardige situatie zaten als Italië terwijl iedereen wist dat onze fundamenten veel gezonder waren. Uiteindelijk kregen we groen licht. De Europese Raad moest in mei in Brussel definitief groen licht geven. Wat een hoogtepunt, een feest moest worden, werd een anticlimax omwille van een slechte voorbereiding door Tony Blair. De discussie over de benoeming van de voorzitter van de ECB draaide uit op een vaudeville. Zelf was ik ook niet in feeststemming. In de dagen voordien hadden we immers het ondenkbare meegemaakt: de ontsnapping van Dutroux. Op de Europese raad van Cardiff beleefden we een emotioneel moment: de ontmoeting met Mandela.
Onder Oostenrijks voorzitterschap namen we afscheid van een groot Europeaan: Helmut Kohl. Hij werd ereburger van Europa. Ook hadden we een ontmoeting met Arafat.
Het Duitse voorzitterschap in de eerste helft van '99 zou mijn laatste zijn. Maar het werd nog een bewogen tijd. Er was het gedwongen ontslag van de Commissie Santer. Op de Raad van Berlijn benoemde we Romano Prodi als commissievoorzitter. We dachten de hoofdvogel afgeschoten te hebben….het viel anders uit. Meer succes kenden we achteraf gezien met de benoeming van Javier Solana tot 'Mister PESC'  
(Hoge Vertegenwoordiger voor het Gemeenschappelijk Buitenlands- en Veiligheidsbeleid). In Berlijn werden ook de financiële perspectieven 2000-2006 (agenda 2000) vastgelegd. Een eerbaar compromis hoewel we grotendeels de ogen sloten voor de gevolgen van de uitbreiding. Mijn laatste top was deze van Keulen waar de basis werd gelegd voor de eerste conventie waarvan ik later lid zou worden. Ook werden belangrijke besluiten genomen inzake defensie. Maar toen was ik al van het toneel verdwenen door de gevolgen van de dioxinecrisis!!

Het einde van mijn mandaat als eerste minister betekende gelukkig niet het einde van mijn Europees engagement. Ik kreeg vrij snel de kans mijn ervaring ten dienste van de Europese zaak te stellen.

Al in juli 1999 vroeg de nieuwe Commissievoorzitter Romani Prodi mij om een zogenaamde 'wise men group' voor te zitten die hem een verslag zou uitbrengen over de agenda voor de komende Intergouvernementele Conferentie (IGC).
Daarna benoemde de regering mij als regeringsafgevaardigde in de eerste Europese Conventie belast met het opstellen van een Charter van de Fundamentele Rechten.


In de aanloop naar de Europese Raad van Laken vroeg Premier Verhofstadt mij om deel uit te maken van de groep van Laken, die hem zou bijstaan bij het schrijven van de Verklaring van Laken (december 2001).

Tijdens de Europese Raad van Laken, die de Verklaring goedkeurde, werd ik benoemd tot ondervoorzitter van de Europese Conventie, die onder voorzitterschap van Valery Giscard D'Estaing het ontwerp van grondwettelijk verdrag zou opstellen. Over mijn ervaring met de Conventie schreef ik naderhand een boek.


Tenslotte werd ik in juni 2004, verkozen als lid van het Europese Parlement.

 


© 2006 Design & Development by 4xl.be

 

 

 

 

 

 

 

www.epp-eu.org www.epp-ed.org