
|
| |
 |
 |
| |
Commissie Beleidsuitdagingen
en begrotingsmiddelen
in de uitgebreide Unie 2007-2013 (FINP)
Jean-Luc Dehaene over het FINP-akkoord
van de Raad
Een Unie
van krenterige boekhouders
Op zich is het een goede zaak dat de Europese Raad een akkoord
heeft bereikt over de financiële perspectieven 2007-2013.
Zo is er tenminste toch al een basis gelegd voor de onderhandelingen
met het
Europese Parlement. Maar daarmee is ook alles gezegd. Het is immers
een akkoord zonder visie noch ambitie.
Op een ogenblik dat de Unie de uitbreiding moet waarmaken, tot
een succes voor iedereen, en bovendien nieuwe uitdagingen moet
opnemen,
zijn er niet minder maar net méér middelen nodig.
Dat was ook het uitgangspunt van de Commissie die 1,26% van het
BNP vooropstelde.
Het compromisvoorstel van het EP bedroeg 1,18%. Het voorstel van
de Raad ligt daar met zijn 1,045% BNP ver onder. Het is zelfs lager
dan de begroting voor het jaar 2006 (1,093%). Het behoud van het
uitgavenniveau van 2006 lijkt ons het minimum; temeer omdat de
begroting van 2007
wettelijk dat niveau herneemt zolang er geen akkoord bereikt wordt
met het EP.
De argumentatie van Tony Blair dat eerst de landbouwuitgaven drastisch
naar beneden moeten worden getrokken is unfair. Hij heeft immers
zelf het uitgavenniveau voor Landbouw voor 2007-2013 mee vastgelegd
in het akkoord over de uitbreiding. De landbouw moet inderdaad
worden herzien, maar dan stapsgewijs. Zijn beknibbelen op de kredieten
voor
de nieuwe lidstaten is eveneens unfair en zeer kortzichtig. Unfair
omdat hij één van de grote promotoren van de uitbreiding
was en er nu de consequenties niet van aanvaardt. Maar ook kortzichtig.
Iedereen heeft immers voordeel bij een herhaling van het scenario
van de uitbreiding naar het Zuiden. Dit houdt solidariteit in,
een zware investering in de nieuwe lidstaten om hun ontwikkeling
te versnellen.
Zijn halsstarrig vasthouden aan de 'Britisch Rebate' is totaal
onverantwoord. De rebate heeft geen bestaansgrond meer aangezien
de levensstandaard
van de Britten ruim gestegen is sinds het ontstaan van de rebate.
Ook de zes ondertekenaars van de "1%-brief" dragen een
zware verantwoordelijkheid. Zij hebben het debat in de kiem gesmoord,
en de weg geopend voor een louter boekhoudkundige benadering.
Heel deze onderhandeling heeft duidelijk aangetoond dat het huidige
financieringssysteem zijn grenzen heeft bereikt. Het is gebaseerd
op bijdragen (dotaties) van de lidstaten aan de Unie. Deze dotaties
maken integraal deel uit van de nationale begroting en dragen dus
bij tot eventuele deficits. De eisen van het stabiliteitspact indachtig,
kan men stellen dat Europa warm en koud blaast. Men moet terug naar
echte 'eigen' middelen zoals het bij het begin van de Europese Gemeenschap
het geval was. Toen waren de douanerechten de hoofdbron van inkomsten.
Met een systeem van eigen middelen, van eigen belastingen wordt ook
het Europees Parlement duidelijker voor zijn verantwoordelijkheid
geplaatst. Nu spreekt het EP enkel over de uitgaven. Het heeft geen
enkele verantwoordelijkheid over de inkomsten.
Daar moeten we de komende jaren aan werken. In tussentijd moet
het EP tot een akkoord komen met de Raad. Voor de werking van de
Unie
zijn de financiële perspectieven een noodzaak en een houvast.
Zij moeten echter voldoende ruim zijn om de Unie toe te laten haar
ambities waar te maken.
|
|